”Mijn dochter is geslaagd voor haar fietsexamen! Je kunt het ze niet vroeg genoeg leren, vind ik.” Kinderen leren het meest van volwassenen die veel voor hen betekenen. Ouders en docenten zijn hier voorbeelden van.

Programma

We delen het programma voor verkeerseducatie in naar leeftijd en geven aan wat er idealiter gebeurt, kortom: wat we willen bereiken met de gezamenlijke acties en projecten.

0-4 jaar:

Peuterspeelzalen en kinderdagverblijven geven aandacht aan verkeersveiligheid. De ouders vervoeren de kinderen veilig door het verkeer en geven het goede voorbeeld. Zo laten ze zien hoe het verkeer werkt en hoe je je moet gedragen.

4-12 jaar:

De basisscholen geven in elke groep aandacht aan verkeerseducatie en doen mee met verkeersexamens. Kinderen beginnen aan het verkeer deel te nemen en zijn aan het eind van deze periode vaak al behoorlijk zelfstandig. Hier is een goede begeleiding van thuis dan ook belangrijk. Samen oefenen kinderen en ouders met oversteken en fietsen en de regels toepassen.

12-18 jaar:

De overgang van basisschool naar het voortgezet onderwijs is een hele grote. De nieuwe school-thuis route wordt als op de basisschool behandeld en door de kinderen met hun ouders geoefend. Verder is educatie gericht op fiets en bromfiets en groepsgedrag. Er is aandacht voor dode hoek, gedrag en houding in het verkeer en in de laatste fase alcohol en drugs in het verkeer. 17- en 18-jarigen kunnen beginnend bestuurder worden, daar ligt vooral een taak voor de instructeur.

18-55 jaar:

In deze leeftijd is educatie over alcohol en drugs in het verkeer belangrijk. Beginnende bestuurders hebben begeleiding nodig. Ouders zijn zich bewust van hun rol als goed voorbeeld in het verkeer.

55+:

Voor ouderen is het belangrijk om te weten dat hun reactievermogen achteruit gaat. Ze weten dat ze niet eeuwig kunnen blijven autorijden. Ze kunnen veilig met een fiets met hulpmotor en een scootmobiel omgaan. Ze weten ook goed wat ze nog wel en wat ze niet meer kunnen.

We hebben in de subregionale overleggen afgesproken dat de leeftijdsgroep van 0-18 jaar (en daarbinnen weer 4-12 jaar) de komende jaren het speerpunt van beleid en acties is.