Digitale borden werken averechts

Onderzoek toont aan dat sommige automobilisten juist gas gaan geven als ze er op gewezen worden dat ze langzamer rijden dan de maximum snelheid. En natuurlijk zijn er mensen die willen zien dat ze de limiet heel erg kunnen overschrijden en daar een wedstrijdje van maken. En als ze wel een positieve werking op weggebruikers hebben, is dat effect na maximaal vijf weken alweer verdwenen. Weg doen die borden dan maar?

Waarom gaan mensen harder rijden?
Verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen zegt in een artikeltje in de dagblad Spits: “Veel maatregelen die beogen de snelheid naar beneden te brengen, zonder dat zij de weggebruiker dwingen, hebben een beperkte houdbaarheid. Mensen zijn gewoontedieren en als er iets opvallends nieuws in de omgeving komt te staan of gebeurt, dan wordt de gewoonte even doorbroken. Men is weer even alert. Maar als er geen blijvende gevolgen zijn, zoals herhaaldelijk een boete, dan verdwijnt ook het aanvankelijk nieuwe object naar de achtergrond en valt men terug in de oude gewoonte. Optische wegversmallingen en zigzagstrepen op de weg hebben hetzelfde effect. Men is de eerste paar keer wat alerter, maar al snel heeft men door dat de oude snelheid zonder gevaar kan worden gehandhaafd en dan gaan ze weer.” Dat automobilisten juist harder gaan rijden door de digitale borden noemt Tertoolen een “ongewenst, maar logisch effect.”

Wat kunnen we wel doen?
Moeten we de digitale borden dan maar weg doen? Ons advies: gebruik digitale borden met smileys en niet met snelheden. Zorg er ook voor dat deze borden maximaal vijf weken blijven hangen en haal ze daarna weer weg. Na twee maanden kunnen ze weer terugkeren. Dan blijken ze ineens weer op te vallen in het straatbeeld.